Columns

Column

 

(wordt gepubliceerd in Zorg Primair)

Meedoen

“Bezieling: wanneer iets dat moeilijk is ineens heel gemakkelijk gaat. Dan is het ontzettend lekker om te tekenen of te schrijven. (……..) Alles lukt dan en je weet niet hoe je het allemaal doet. (…….) En niemand heeft het recht er zich dan mee te bemoeien……

Ik denk dat kinderen heel vaak iets doen in een vlaag van bezieling, maar dat ze daar te vaak in gestoord worden.”

(UIT: J. Korczak, Als ik weer klein ben, Warschau, 1925)

In dit boek verplaatst Korczak zich in de wereld van kinderen. Hij droomt dat hij als volwassene wakker wordt en ineens een jongetje is dat naar school moet. De eerste sneeuw is gevallen, kinderen zijn in de ban van die mooie witte wereld; de schoolbel verstoort ruw. hun droom. Natuurlijk, er moet nu gewerkt worden. Maar ook tijdens het schoolwerk wordt hun wereld regelmatig verstoord.

Korczak neemt in dit boek afwisselend de positie van het kind in en van de opvoeder. Regelmatig neemt hij zich voor: “als ik straks weer volwassen meester ben, zal ik dat nooit meer doen!” Bijvoorbeeld: mopperen als een kind een fout heeft, een kind uit zijn concentratie halen als hij bezield met iets bezig is.

Het valt niet mee als volwassene om de wereld van kinderen te begrijpen, terwijl we toch zelf ooit kind waren. Wellicht hebben we veel ervaringen weggestopt, afgeleerd te voelen en te denken als een kind. Dat is ons niet kwalijk te nemen, maar als je in het onderwijs werkt wordt verwacht dat je hun wereld begrijpt. Empathisch vermogen is één van de belangrijkste competenties voor een leraar.

Wie zelf niet speelt, begrijpt er niets van. Want het is niet alleen belangrijk dat je maar wat rondrent, nee belangrijk is wat er zich zoal in de mens afspeelt.”

Daarom nam ik mij als leraar voor om regelmatig met de kinderen mee te doen bij hun activiteiten: participerende didactiek. Als ik tekenles gaf, ging ik zelf ook schilderen. Kinderen kwamen regelmatig bij mij kijken, zoals ik ook bij hun werk kwam kijken. Als zij gingen rekenen, ging ik ook rekenen met leerlingen die er moeite mee hadden. Ik gaf geen aparte instructie, maar ging gewoon samen met hen aan de slag. Bij muziek was het gemakkelijk: samen zingen, drummen, rappen…. Ik gaf les en ik leerde heel veel van hen!

Korczak vertelde iedere avond in zijn weeshuis verhalen aan kinderen. Hij vroeg soms halverwege: “hoe zou het nu verder gaan?” Dan kwamen er opmerkingen, vragen, suggesties. Zo ontstonden zijn kinderboeken, waarin de ideeën van kinderen minstens zo’n groot aandeel hadden als die van de auteur zelf. Hij spoorde kinderen aan om zelf te schrijven: ieder kind hield een dagboekje bij…

Kinderen leren door mee te doen in de wereld van volwassenen en die leren weer door te participeren in hùn wereld.

Wat een voorrecht als je leraar bent en dagelijks mag meedoen!

Arie de Bruin

Geef een reactie